In nY#59 richten we onze blik op de gevangenis – niet louter als abstract instrument van staatsmacht, maar als concrete, gelaagde ruimte die mensen vormt, transformeert en soms ook breekt. Elke gevangenis is uniek: getekend door een eigen geschiedenis, lokaal gevormende routines, en interne dynamieken, die telkens een andere precieze verbeelding vereist. De verbeelding kan een tegenmacht bieden tegen de afgedwongen onzichtbaarheid en verstarring die de gevangenis oplegt. Tegelijkertijd is de gevangenis een plek waar, juist in confrontatie met macht en dwang, politieke ideeën kristalliseren, nieuwe solidariteit ontstaat en persoonlijke transformaties plaatsvinden.

Gevangenisverbeelding kan ons diepere inzichten geven in de bredere relatie tussen burger en staatsmacht. Door het lezen van verhalen van (ex-)gedetineerden krijgen we zicht op de dubbelzinnigheid van de gevangenis: enerzijds een zogenaamd ‘ordescheppende’ instelling die veiligheid en normhandhaving belooft, anderzijds een ruimte van uitsluiting, geweld, bureaucratische willekeur en sociale ontwrichting. Deze nY biedt teksten die nieuw licht werpen op deze spanningen binnen verschillende kunsttakken en politieke omstandigheden.

Gevangenisliteratuur ons van binnenuit laten zien dat de gevangenis niet slechts een neutrale ordemachine is, maar een complexe sociale ruimte waarin macht, recht, persoonlijk lijden en politieke ideeën voortdurend met elkaar in wisselwerking staan. We nodigen de lezer uit tot reflectie op onze eigen rol als burger en onze verhouding tot de staat: hoe we macht ervaren, begrijpen, en kunnen uitdagen.


In dit nummer:

02.03.26
introductie gevangenisliteratuur