Despotische Zucht

DESPOTIC HUSH

Vi Khi Nao 

 

I have this fantasy, in the open meadow, of baking

my virgin body open for her in the winter

strawberries, berries so red, floating meekly,

nakedly, feasting on snow. She is standing at the

great crossing, her eyeslonging, aching in the

distance, gazing far into the dark flesh of the musky,
desolate night. Her flesh. To fill me. So velvety blue.

Her blouse filled with blue mead and prairie.

Standing there in suspended despair. Such is

the first half of the 20th century of her body. Her skirt

heats Ur like an oven. Much later, on a less

controversial evening, she is on her Euphratic knees,

sucking my clitoris dry like the bone of the small,

desiccated deluge. Not long ago, inside the Elohist

source, my arms around her waist, the genealogy of

desire traces its fingers, its lineage pre-heated

around my clavicle, a necklace of wild purrs and

rivets roaring for God, while I hold her form tightly

 

around  my body. Was her kiss primeval? Or was my

longing impartial? I complicate our cycle of dispute,

her Canaan and my Canaan, with despotic hush

and rush. Forward backward a little bit in time,

when her face is buried in my neck, Jacob’s tongue

undulating on his barren mother’s bare chest, I

suffuse the history of Babylonian exile by closing my

eyes and closing her eyes. If I had to hold something

in captivity, why not her revulsion for dirty fat

wrapped in loin cloth, feeble gold, and rasping rain?

Had I resented the raw meat of human life? The

thick temple of her desertion? She and I, our flesh

tight in the prairie. When I lift the golden blouse

above her head and set our timer for disarray, and

she is sympatric and beautiful, and I am naked,

raspy, soft and rustic above her, rubbing in inertia,

in motion, in baking sheet, in redwheelbarrow our

eager meat tight, white, a knot, of sedimentary

 

fucking , the victuals, of kernel, core, nucleus, the

nub and gist of my tight muscles clutching her
swollen inner thighs, and the animal flesh of her

sucking on my neck, on my tongue, on my nipples,

on my thighs, these divisions of want and the harsh,

guttural depth of my moaning and so quiet the grass

beneath the solid, muscle-bound weight of her

thrusting up into me so that when yeast unites with

salt and sugar and the construction of hand on top

of hand, arms wrapping pussy to pussy, fingers

interlaced hers and mine, and of my arching back

bent like an eel into a crescent the descending

stratosphere of flour-woken clouds that arouse the

Euphrates river to speak to swine and exiles while

the hour’s heat bakes the earth and the dormant

culture inside me seized by a geopolitical orgasm

makes the second bell toll, shaking its metallic skirt

like a timer once again as she widens her circle of

 

ecstasy.  It seems all instrumental, afterward, the way

our desire expands on the wet grass as our bodies

shake, and I am in her arms and I am inside her,

breasts overlapping breasts like post-kneaded dough

over post-kneaded dough, I think how seamless the

flesh is when it wants to amalgamate and how such

a plant with long narrow leaves, wild and tireless

and flattened, is so capable of offering post-

pomegranatic and post-pastry pleasure relinquished

by Demeter’s daughter to a few fear-driven souls

sitting in a semi-semiotic pitcher of sorrow. When

the night drops its monolithic elevation and she is

pouring her tongue into my mouth, I think, gee,

golly, how can we make this last, and how much I

love baking on grass. 

 

 

 

 

 

 

 

 

DESPOTISCHE ZUCHT

vertaling door Nguyễn Thị Mai en Frances Welling 

 

het onomatopoëtische ‘hush’ draagt associaties met het erotische en het geheimzinnige, het stiekeme en het verbodene. tegelijkertijd heeft het woord een performatieve functie en doet het denken aan het tot stilte manen van kinderen, het kalmeren van opgelaaide emoties. ‘hush’ fungeert ook als transformatie, zoals we in m archive van alexis pauline gumbs lezen: transformatie tot een nieuwe, lichamelijke focus met de simpele instructie om stil te zijn (wees stil, en focus, en luister). vi benadrukt dat het dwingende bijna gewelddadige aspect van sussen – de despotische kwaliteit ervan – in contrast staat met het tedere van intimiteit, geheimzinnigheid, en van iets dat bijna niet hoorbaar is. de sonische textuur en het werkwoordachtige van ‘hush’ echoën dit. de overwogen opties in het nederlands als ‘sssht’, ‘sussen’, ‘gesus’ en ‘hummen’ komen overeen in klank (jeanne: ‘woorden die zelf bijna stilvallen’), maar zijn niet goed te combineren met ‘despotisch’. ‘zwijgen’, ‘stilte’ en ‘zucht’ zijn eendimensionaler in betekenis; ‘zucht’ houdt het midden tussen de tedere klank (‘z’ en ‘uh’) en de erotische associatie: zo begint ook de vertaling met lichamelijke intensiteit. 

 

In een fantasie die ik heb,  

 

‘weet je, ik fantaseer er wel eens over dat’, ‘ik droom ervan dat’, ‘in mijn fantasie’, ‘in een fantasie die ik heb’; op wie of wat ligt de nadruk, de ik die fantaseert of de fantasie? de zinsvolgorde hield ons lang bezig.

 

het gedicht begint door de fantasie direct als radicaal protest. op verwante wijze wordt verbeeldingskracht in pleasure activism: the politics of feeling good van adrienne maree brown beschreven als gereedschap om de geleefde realiteit te veranderen. er wordt kracht gehaald uit collectief (queer) plezier, er wordt een orgastisch ‘ja’ gezegd tegen het dekoloniseren van het eigen lichaam en van eigen verlangens.

 

audre lorde voegt in het essay the use of the erotic (toepassingen van het erotische) in sister outsider toe dat erotiek binnen iedereen zit als bron waaruit geput kan worden, terwijl vrouwen is aangeleerd deze te verdrukken en zelfs te wantrouwen. vrouwen die leren deze kracht te zien, te erkennen en te gebruiken kunnen gevaarlijk worden.

 

bak ik, in de open weide,

mijn maagdelijk lichaam voor haar open in de winter

aalbessen, bessen

 

‘mijn god, ik herinner me zojuist dat mensen sterven. maar, maar ik ook? vergeet niet, het is nu aardbeienseizoen,’ zo stelde clarice lispector in a hora da estrela (het uur van de ster) de aardbei tegenover de dood. de tijd van de aardbeien is een tijd om opnieuw te beginnen. de aardbei wordt als symbool nauw verbonden met liefde, romantiek en sensualiteit. die associaties worden onder andere gemaakt vanwege de levendige rode kleur, de vorm als een hart, het zachte, meegevende vruchtvlees en de zoete smaak. de herhaling van ‘berry’ in het gedicht drijft ons echter weg van de vertaling als ‘aardbei’. onder de bessen vonden we de aalbes. hoewel de aalbes minder sterke connotaties heeft dan de aardbei, is het ook een rood zomerfruit met associaties van vruchtbaarheid en overvloed. zo konden we de klankherhaling en het oorspronkelijke ritme (beter) behouden.

 

zo rood, zweven gewillig,

naakt, doen zich tegoed aan sneeuw. Ze staat bij de

grote oversteek, haar ogenverlangend, hunkerend

 

‘aching’ laat zich beschrijven als een lijden waaruit verlangen en gemis klinkt. ‘lijden’ op zichzelf alleen gaat voorbij aan het verlangen en lijkt meer nadruk te leggen op afwezigheid of verlies. in eros the bittersweet (eros, bitterzoet) keert anne carson terug naar sappho die dit paradoxale samengaan van pijn en verrukking beschrijft; een bewustzijn van de grenzen van het eigen lichaam, van de afstand tot en het ontbreken van degene naar wie verlangd wordt. tussen ‘aching’ en ‘hunkeren’ zit een lastig verschil qua complexiteit en klank. toch vonden we geen andere vertaling die zulke tegenstrijdige gevoelens omschrijft.

 

     in de

verte, diep starend in het donkere vlees van de muskusachtige,

verlaten nacht. Haar vlees. Om me te vullen. Zo fluweelachtig blauw.

Haar blouse gevuld met blauwe mede en prairie.

Ze staat daar

 

‘daar staand’, ‘daar aan het staan’, ‘terwijl (…) daar staat/stond’; het onvoltooid deelwoord in het engels tart een natuurlijk klinkende nederlandse vertaling. wie staat er? ‘zij’ of ‘ik’? door een vertaalkeuze kan de ambiguïteit van het subject verloren gaan, terwijl die in dit gedicht juist belangrijk is. vi noemde dit het ongemakkelijke van haar werk, dat bedoeld is om tegelijkertijd ‘suave’ en exponentieel experimenteel te zijn. met een te gladde vertaling verdwijnt het ongemakkelijke. maar hoezeer stroefheid ook past in de poëtica van de dichter, is die hier het product van een defect van de doeltaal.

 

  in uitgestelde wanhoop. Zo ziet

de eerste helft van de 20e eeuw van haar lichaam eruit. Haar rok

verhit Ur als een oven. Veel later, op een minder

controversiële avond, zuigt ze, op haar Eufratische knieën,

mijn clitoris droog als het bot van de kleine,

uitgedroogde zondvloed. Niet zo lang geleden, in de Elohistische

bron, mijn armen om haar middel, traceert de genealogie van

verlangen de vingers, de bloedlijn voorverwarmd 

 

‘its fingers, its bloodline’: in het nederlands kunnen bezittelijke voornaamwoorden niet zoals in het engels onzijdig gegendered worden. vi gaf aan dat ze een voorkeur had voor het vrouwelijk invullen van het gender wanneer de vertaling hierom vroeg. het werkte niet altijd om hieraan gehoor te geven, vooral wanneer het niet duidelijk was of de bezittelijke voornaamwoorden verwezen naar een persoon of naar een concept of ding, zoals ‘de genealogie’. het begrip van de tekst staat dan op het spel. toch bevestigde de suggestie van vi voor ons dat het gedicht als een lesbisch gedicht gelezen mag worden.

 

hoewel wij het compliceren van gender en de politieke associaties van het woord ‘queer’ ondersteunen, zien wij ook het belang van het vrijmaken van ruimte voor lesbische liefde. een liefde waarbij mannen (in brede zin) uitgesloten worden. sara ahmed stelt in het hoofdstuk over lesbisch feminisme in living a feminist life dan ook dat lesbiennes geen stap zijn op een pad richting een radicalere queerness. sterker nog, ze vraagt zich af of er in een heteropatriarchale wereld iets verbazingwekkender, en inderdaad meer queer, kan zijn dan vrouwen die alle aspecten van hun leven rondom andere vrouwen centreren.

 

rond mijn sleutelbeen, een halssnoer van wild gespin en

klinknagels brullend om God, terwijl ik haar vorm stevig

om mijn lichaam houd. Was haar kus oeroud? Of was mijn

verlangen onpartijdig? Ik ontwricht onze cyclus van strijd

 

het blijft bij het vertalen van dit gedicht moeilijk om dezelfde toon aan te slaan als in het origineel. wat in het engels luchtig kan klinken, klinkt in het nederlands soms serieus, zwaar en log. andersom kan het nederlands een bepaalde nuchter- en soberheid vatten, terwijl het engels al gauw analytisch, theoretiserend en afstandelijk overkomt. we zoeken vaak naar alternatieven die er niet zijn. ‘I complicate things’; ik bemoeilijk, compliceer, verwar de dingen, of maak de dingen moeilijk, gecompliceerd, ingewikkeld; hoe blijven dezelfde nuance en snelheid behouden?

 

haar Kanaän en mijn Kanaän, met despotisch gezucht

en gehaast.

 

gaandeweg zagen we ons plezier uit het vertalen verdwijnen. we liepen steeds vast op dezelfde technische en inhoudelijke vraagstukken, en zowel de juiste oplossingen als onze andere plannen, zoals het vertalen naar andere talen en het betrekken van andere dichters, bewogen verder van ons weg.

 

Een klein beetje vooruit achteruit in de tijd,

wanneer haar gezicht in mijn nek begraven is, Jakobs tong

golvend op de blote borst van zijn barre moeder,

 

soms doet een gedicht iets voor de hand liggends, zoals het combineren van de woorden ‘bare chest’, een gebruikelijke woordcombinatie. als vertalers vechten wij vervolgens met tegengestelde verlangens; enerzijds het verlangen om een gedicht zo precies mogelijk te vertalen, anderzijds het maken van een tekst die ook mooi is en als poëzie leest. maar hoe is ‘blote borst’ poëtisch?

 

       doordrenk

ik de geschiedenis van Babylonische verbanning door mijn

ogen te sluiten en haar ogen te sluiten. Had ik iets in gevangenschap

moeten houden, waarom dan niet haar afkeer van smerig vet

gewikkeld in lendendoek, zwak goud, en raspende regen?

Had ik het rauwe vlees van menselijk leven veracht? De

volslanke tempel van haar verlating? Zij en ik, ons vleselijke

 

voor de vertaling van sensual excess van amber jamilla musser vertaalde th mai samen met flora valeska woudstra en grâce ndjako het woord ‘the flesh’, een van de sleutelbegrippen in het denken over lesbische seksualiteit en politiek, met ‘het vleselijke’. zij kozen met deze vertaling actief voor een onderscheid met ‘het vlees’ (meer geobjectiveerd) en een weerklank van het verachte (‘het vreselijke’). dit gedicht spreekt op vergelijkbare wijze over ‘raw meat’ en ‘the animal flesh’ en dwingt opnieuw tot een vrije vertaling in het nederlands om nieuwe woorden met kleine nuances te produceren.

 

strak in de prairie. Wanneer ik de gouden blouse

over haar hoofd trek en onze timer zet voor wanorde, en

ze is sympatrisch en mooi, en ik ben naakt,

hees, zacht en rustiek boven haar, wrijvend in inertie,

in beweging, in bakplaat,

 

door het vertalen van levende dichters zijn we waarschijnlijk wat verwend geraakt en leunen we makkelijk te veel op een oplossing vanuit de dichter. dit moeten we samen loslaten. we vroegen aan vi of ze de term ‘in baking sheet’ letterlijk of figuurlijk bedoelde, maar na haar uitleg (‘letterlijk’) begrepen we de zin nog steeds niet. uiteindelijk kozen we er zelf voor om bij de precisie te blijven van de bakplaat, in lijn met de verwijzingen naar het bakken met gist en deeg. hierdoor klinkt de vertaling net zoals in het origineel wat onbeholpen.

 

in roodkruiwagen ons

gretige vlees strak, wit, een knoop, van sedimentair

neuken, het proviand, van korrel, kern, nucleus, de

essentie van mijn gespannen spieren die de binnenkant van haar

gezwollen dijen omklemmen, en het dierlijke vlees van haar

die zuigt

 

een van de moeilijkste dimensies bij het vertalen van dit gedicht lag in het feit dat sommige fysieke beelden ons niet duidelijk waren en soms zelfs nooit duidelijk zijn geworden. hoe houdt de ik-persoon de ander ‘rondom haar lichaam’, hoe kun je ‘binnendijen omklemmen’? we raakten verstrikt in dit soort technische details. in queer phenomenology onderzoekt sara ahmed hoe lichamen oriëntaties aannemen in de wereld, qua richting, nabijheid en verwachting. voor queers zijn zulke relaties ontoegankelijk en bewegen zij daardoor niet volgens verwachte patronen. zij kiezen zelfgekozen omwegen die zichtbaar maken wat er buiten het normatieve valt. bijvoorbeeld, toen th mai als femme voor het eerst seks had met een andere femme, was er geen script, geen typische rolverdeling, geen enkelvoudig hoogtepunt dat een einde markeerde. in plaats daarvan werd er van haar verlangd haar oriëntaties te kantelen.

 

      aan mijn nek, aan mijn tong, aan mijn tepels,

aan mijn dijen, deze verdelingen van verlangen en de ruwe,

gutturale diepte van mijn gekreun en zo stil het gras

onder het stevige, gespierde gewicht van haar

die van onder in mij stoot zodat wanneer gist zich verenigt met

zout en suiker en de constructie van hand bovenop

hand, armen om elkaar heen, poes tegen poes,

 

het vertalen van het woord ‘pussy’ bleek lastig, omdat het een heel breed spectrum aan betekenissen en gevoelswaarden heeft; van teder en erotisch tot vulgair, denigrerend en zelfs empowerend. ‘pussy’ kan informeel en speels zijn, het kan ook ouderwets of kindertaalachtig klinken. het is duidelijk dat ‘pussy’ niet iets neutraals heeft zoals het anatomische ‘vagina’, maar het woord ‘kut(je)’ klinkt grof en is ook verbonden aan diverse nederlandse scheldwoorden. het gendernormatieve van ‘pussy’, dat voorheen werd gebruikt om een lafbek of zwakkeling aan te duiden verdwijnt helaas bij de vertaling als ‘poes’.

 

            vingers

verstrengeld de hare en de mijne, en van mijn gekromde rug

gebogen als een aal tot een maansikkel de dalende

stratosfeer van bakbloem-ontwaakte wolken die de rivier de

Eufraat aansporen om tot zwijnen en ballingen te spreken terwijl

de hitte van het uur de aarde bakt en de sluimerende

cultuur binnen in me gegrepen door een geopolitiek orgasme

de tweede klok doet luiden, die de metalen rok

opnieuw schudt zoals een timer terwijl zij haar cirkel van

extase wijder maakt.

 

dit is één lange samengestelde zin, die syntactisch opstapelt en blijft hangen. door het ontbreken van een duidelijke afsluiting of een syntactische rust, blijft de lezer hangen in een toestand van spanning en uitstel van ontlading. de zin weerspiegelt een proces zonder onderbreking, sleept ons mee in een associatieve beweging. voor wij dit begrepen, zochten wij vergeefs naar werkwoorden die de constructie zouden oplossen, terwijl het origineel dit niet toelaat.

 

Het lijkt allemaal instrumenteel, achteraf,

de manier waarop ons verlangen uitdijt op het natte gras terwijl onze

lichamen schudden, en ik in haar armen ben en ik in haar ben,

borsten overlappen borsten als post-gekneed deeg

over post-gekneed deeg, ik denk aan hoe naadloos het

vleselijke is wanneer het wil samensmelten en hoe zo’n

plant met lange smalle bladeren, wild en onvermoeibaar

en geplet, zo goed in staat is om post-

granaatappel- en post-gebakplezier te bieden afgestaan

door Demeters dochter aan een paar door angst gedreven zielen

die in een semi-semiotische kruik van verdriet zitten.

 

in deze laatste strofen zien we in het engelse origineel ineens een dominante herhaling van de letters ‘p’ en ‘s’. naast de opeenvolging van ‘post-’ in ‘post-kneaded’, ‘post-pomegranatic’ en ‘post-pastry’, zien we ook ‘seamless’, ‘flesh’, ‘plant’, ‘so’, ‘pleasure’, en wordt uiteindelijk het toppunt van alliteratie bereikt in ‘souls sitting in a semi-semiotic pitcher of sorrow’. de letters uit ‘pussy’ krijgen een hoofdrol. we hebben ons best gedaan om de alliteratie na te bootsen met de samenstelling van ‘p’ en ‘g’ in ‘post-gekneed’, ‘post-granaatappel’ en ‘post-gebak’, evenals de ‘plant’, en ‘gedreven’.

 

Wanneer

de nacht de monolithische verheffing laat zakken en zij

haar tong in mijn mond giet, denk ik, jeetje

mineetje, hoe kunnen we dit laten voortduren, en wat hou ik

veel van bakken op gras.

 

 

we kozen ervoor om dit gedicht te vertalen, omdat het gedicht zegeviert in euforische lichamelijke intensiteit en queer plezier. we geloven daarom sterk in het verspreiden van het werk van vi khi nao naar een nederlands publiek. als vertalers pleiten we ervoor dat een vertaling niet zelfstandig hoeft te worden gemaakt, sterker nog, we vinden het belangrijk om perspectieven van anderen actief te betrekken tijdens het vertalen. het bleek in de praktijk echter lastig om onze collectieve ideeën over vertaling uit te voeren, omdat er ook binnen het collectief nog een duidelijke hiërarchie werd gevoeld over wie de uiteindelijke beslissingen neemt. wij hopen meer te leren over het faciliteren van zo’n samenwerking.

 

toch is vertaling in de kern iets gemeenschappelijks. als vertaler kies je ervoor om niet een eigen tekst te produceren, maar om de tekst van een ander aandacht en energie te geven. zoals eddie in onze eerste correspondentie schreef: ‘ik heb heel erg genoten van de toewijding aan werk dat niet van mij was, wat er gebeurt wanneer je je openstelt voor de syntax van een ander.’

 

vertalen als vriendschap: het luisteren naar een ander. de gesprekken zorgden ervoor dat we onze gedeelde esthetiek verder uitwerkten en boden momenten van joy. we hopen dat deze vertaling een uitnodiging mag zijn aan de lezer om zulke aandacht ook aan anderen te geven en de tijd te nemen naar anderen te luisteren, in creatief werk en daarbuiten.