nY
voorheen yang & freespace Nieuwzuid
|
Roland Barthes over de blik. Uit Memo Barthes, een boek van het tijdschrift yang en uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2004 (red. Rokus Hofstede en Jürgen Pieters). Vertaling: Piet Joostens. |
✎
0
|
|
|
✎
0
|
|
EEN TEKEN is wat zich herhaalt. Zonder herhaling geen teken, want dan zou je het niet kunnen herkennen, en herkenning is juist wat het teken mogelijk maakt. Een blik kan alles betekenen, schrijft Stendhal ergens, maar je kunt hem niet letterlijk herhalen. Een blik is met andere woorden geen teken, en toch betekent hij iets. Wat is dat voor mysterie? Blikken behoren tot het rijk van de betekenisgeving [signification] waar de eenheid niet het (discontinue) teken is, maar het betekenisdragend-zijn [signifiance] - een begrip waarvan de theorie is geschetst door Benveniste. Anders dan de taal, de orde van de tekens, behoren de kunsten in het algemeen tot het betekenisdragend-zijn. Het is dus niet zo verwonderlijk dat er affiniteiten bestaan tussen de blik en de muziek, of dat de klassieke schilderkunst zo veel treurende, gebiedende, toornige of peinzende blikken liefdevol heeft weergegeven. Wellicht zit er in het betekenisdragend-zijn toch een onmiskenbare semantische kern, want anders zou een blik onmogelijk iets kunnen zeggen: naar de letter kan een blik helemaal niet neutraal zijn, of alleen om neutraliteit te betekenen; en als een blik ‘vaag’ is, dan is die vaagheid uiteraard zo dubbelzinnig als wat; maar de semantische kern is omgeven door een halo, een gebied van onbegrensde expansie waarin de betekenis zich buitensporig verbreidt, zich verstrooit, zonder dat de indruk teloorgaat (de betekenis wordt ingedrukt): dat is precies wat er gebeurt wanneer je naar een muziekstuk luistert of een schilderij bekijkt. Het ‘mysterie’ van de blik, de troebelheid waaruit de blik bestaat, bevindt zich in die zone van de buitensporige betekenis. We hebben hier dus te maken met een object (of een entiteit) dat zijn bestaan te danken heeft aan zijn exces. Laten we maar eens een paar van die buitensporigheden opschrijven. |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|
|
♦ |
✎
0
|