Johan Sonnenschein

Published: 1/03/2010

Tags: untimely

door Johan Sonnenschein, onze correspondent uit de Randstad

0

Vanaf eind jaren negentig bereikte neerlandicus Jan Stroop geregeld de publieke olympus van de NOVA-studio. Zijn reputatie stoelde op de sociolinguïstische ondekking van wat hij noemde het ‘poldernederlands’: de uitspraakswijze waarmee hoogopgeleide vrouwen van middelbare leeftijd hun emancipatie ook logopedisch kracht bijzetten door (onbewust) af te wijken van het ABN. Technisch kwam het neer op het wijd openzetten van de mond waardoor diftongen als ei en au worden verlaagd. Kroongetuige van het poldernederlands was zangeres Trijntje Oosterhuis (1973) – dochter van de spiritueel-socialistische dichter Huub – die de ij het duidelijkst als ‘aai’ uitsprak: Blaaif baai maai [blijf bij mij]. Sinds die dagen won het poldernederlands terrein; Wendy van Dijk (1971, SBS6, RTL) en Sophie Hilbrand (1976, BNN) deden de verspreiding. Het nieuwe ABN in spe wordt gesproken door de aaidolls (idolen) van jongerenomroepen; de politiek werd bestreken door Agnes Kant (1967), fractievoorzitter van de SP sinds 2008.

0

De afgelopen tijd maakt de jonge zangeres Roos Reebergen furore met haar collectief Roosbeef. In geen tijd nam ze achter studiodeuren presentator en publiek voor zich in. Voor het eerst zag ik haar als entr’acte op de Nacht van de Poëzie van 2007 – toen nog in Vredenburg, Utrecht – waar ze zich vooral met het charmant kinderlijke nummer ‘De bouwvakkers’ aankondigde als fenomeen. Drie jaar later is ze gearriveerd door haar plaat Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten (productie Tom Pintens) en een aimabele documentaire over haar, Weet ik niet zo goed (Bas Berkhout, 2009). Haar web-biografie citeert Gertrude Stein, haar liedjes smaken zoetpittig. Met haar is het alsof de Achterhoekse troubadour André Manuel alsnog doorbreekt naar een groter publiek, maar dan als meisje in plaats van als opgedroogde zeeman. Haar stem en de zijne lijken sprekend.

0

Er is één opvallend verschil: Roosbeef maakt haar woorden niet af. Ze zingt met wijd open mond, en doet die maar zelden dicht. Daardoor blijft menig slotletter in haar strottenhoofd hangen. Met name treft dit haar medeklinkers. In het liedje over haar ouderlijke boerderij, die – haar coming of age-moment – door de gemeente Duiven, Gelderland wordt gesloopt, zingt ze vroegwijs:

0

’t is mooi
’t is klaar
’t is goed
’t is gedaan
’t is op
’t is rond
’t wordt plat

0

Daarbij zingt ze het woord ‘klaar’ als ‘kla’. Duiven ligt diep in Gelderland, maar Roosbeef laat het gewestelijke ‘goe’ in plaats van ‘goed’ onbenut. Ze gaat verder: zich loszingend van elk dialect wordt ‘rond’ bij haar ‘ro’ en wordt ‘gedaan’ bij haar ‘geda’, ‘geboren’ wordt ‘gebo’. Het door Bindervoet en Henkes speciaal voor haar vertaalde nummer ‘Story of an artist’ van Daniel Johnston zingt zij als ‘Het leven van een kunstena.

0

Voor de Nederlandstalige liedkunst is dit het aanboren van een goudader, omdat het de mogelijkheden van eindrijm aanzienlijk vergroot. Nu rijmt ‘klaar’ namelijk vol op ‘gedaan’ en ‘op’ rijmt vol op ‘rond’. In recente liedjes buit ze dit uit, in oudere liedjes als ‘Boerderij’ staat nog het conventionele refrein:

0

gemeente Duiven zet hem op
Gebruik je lasbril en een schop
schroefje hier, schroefje daar
De boerderij valt uit elkaar

0

Haar dictie maakt het volstrekt onnodig om ook optisch te rijmen, zoals op papier. Het wachten is op haar integrale toonzetting van het lange gedicht ‘Awater’ van M. Nijhoff. Zijn aan het Chanson de Roland ontleende klinkerrijm, zal in Roosbeefs uitvoering volrijm zijn:

0

De schrijfmachine mijmert gekkenpra.
Lees ma, er sta niet wat er sta. Er sta:

0

Roosbeefs afbijting van de eindmedeklinkers lijkt niet op zichzelf te staan: er rijst bij mij het vermoeden dat er sprake is van een nieuw sociolect. Op vergelijkbare manier hoorde ik deze week in de productie van toneelgroep Oostpool Er moet licht zijn de opkomende actrice Janneke Remmers haar woorden stelselmatig vroegtijdig afbreken. ‘Feest’ wordt bij haar ‘fee’, ‘ligt’ wordt ‘li’, waarmee ze hetzelfde effect van Weet-ik-niet-zo-goed-jeugdigheid bereikt. Saillant is dat Remmers een succesvolle oude zus (1978) heeft die in films en bij NTGent speelt, en die níet zo praat. Aangezien een sociolect een (onbewuste) afwijking van de norm is, met als doel de eigen taalruimte, is dat verschil onder collega-zussen nog psychologisch te begrijpen.

0

Sociologisch in plaats van psychologisch betekenisvol wordt dit geval door de verbinding die Stroop voor het poldernederlands legde tussen taal en politiek. Poldernederlands ontleende zijn naam aan het beroemde poldermodel: een op consensus gerichte onderhandelingsmethode die in de overlegeconomie van de jaren negentig hoogtij vierde. Wim Kok is er met zijn twee paarse kabinetten de gekroonde keizer van; Bill Clinton sprak graag over ‘my dear friend Wim Kok’ en zag het poldermodel als realisering van zijn middenveldspolitiek The third way. Op deze ideologie kwam al snel kritiek: het zou voor een stroperigheid zorgen die innovatiedrang verruilde voor het gelaakte ‘pappen en nathouden’. De keizers van weleer zijn aan het begin van het nieuwe millennium hard gevallen. Eind januari j.l. maakte Wouter Bos de balans op – de voormalig ‘Prins van Paars’ was nog nét vice-premier en minister van Financiën. In zijn toespraak ‘De derde weg voorbij’ pleitte hij op het partijcongres van de PvdA toch voor herinterpretatie van de jaren negentig.

0

Een voordeel van het poldermodel zou zijn dat met name vrouwelijke werknemers binnen het poldermodel zouden floreren. Roosbeef (1988) is van een generatie later, van ver na de nederlaag van Paars. Haar nieuwe Nederlands kan tegen de achtergrond van deze culturele verschuivingen misschien het best worden begrepen als een (onbewuste) poging om de kwetsbaarheid van de generatie na de ongelimiteerde jaren negentig ook in het Nederlandse taalgebruik te laten doorklinken. Het is nog vroeg, en naar een goede benaming voor dit fenomeen is het nog zoeken, maar voorlopig is mijn voorstel – met gebruikmaking van de polysemie die het aanboort – te spreken van ‘Poldernederla’.

Johan SONNENSCHEIN

0


PS van de redactie:

0

Ook in Frans-Belgische hamburgerrestaurants is het Poldernederla in opmars.

0
  • Poldernederlands is lelijk. End of story.

    by Chris, 6 months, 1 week ago | reply
  • heeft het dan ook niet te maken met het feit dat Duiven de plaats is waar het zuiverst het Nederdietsch wordt gesproken? Ik zie een link hier.
    ps

    by piet, 6 months, 1 week ago | reply
  • in de zuidhollandse dorpen werd en wordt de r als tong-r uitgesproken. dat klonk niet meer na de basisschool en het werd een g-r (franse keel-r). dat de r nu helemaal verloren gaat is niet vreemd dus.

    trouwens, u kunt er ook wat van. uw naam werd ook uitgesproken als zonne(n)sjaai(n) bij onze naaste buur, nietwaar.

    met vr. gr.,
    een taalliefhebber

    by Rieplaai, 6 months, 1 week ago | reply
  • Na de verkiezingen van gisteren is het zittende gemeentebestuur van Duiven (CDA-Groenlinks [sic!]) van 11 naar 5 zetels gekukeld. Afgestraft voor de sloop van de boerderij?
    De genoemde documentaire leert dat in de aanpalende tot poppodium omgebouwde silo ook Krang wel eens speelde, veruit de beste band die André Manuel ooit aanvoerde. En de film leerde ook dat Roos Rebergen inmiddels naar Utrecht is verhuisd, waar Groenlinks nu de grootste partij is.
    In de gemeente Hof van Twente (Manuel een Achterhoeker noemen was een grove fout van, dank aan Hans M.) verschoof er hoegenaamd niets - in elk geval politiek gezien is het een stabiele regio. De ene zetel die de PvdA verloor ging er naar de SP, de partij die zich na de nederla van gisteren bezint op het leiderschap van Agnes Kant. (http://indebuurt.trouw... />

    by Johan Sonnenschein, 6 months ago | reply
  • Nieuwsflits: Agnes Kant trad zojuist af.

    by Johan Sonnenschein, 6 months ago | reply
  • Als jongen uit Didam - twee dorpen van Duiven vandaan - was mij dat accent van Roosbeef ook al opgevallen. Het klopt dat in de Liemers een ander dialect wordt gesproken dan in Twente, maar een Duivens accent van vijftig jaar geleden had beslist veel meer op het Twents geleken dan op hoe Roosbeef nu zingt.

    by Reinier, 6 months ago | reply
  • Men zou zich kunnen spiegelen aan een taal die een monolitische oorsprong kent, zoals die binnen de ruimte van het eigenzinnige denken als een idiosynchratische taal ontstaat, met lange schaduwen, als uit het samendenken, dat in een laatmodernisme zelf bevraagd wordt. Of dat dit hardnekkige linguïstische onpeilbaar sympathiek zou overkomen mocht er al naar aanvankelijk documontaire middelen een mythomaniakaal geklets opstijgen en de procedure zoals ze zich voordoet in de huidige beoefening van de liedkunst, als ontoegankelijk en onbelangrijk bestempelt zien, is nog maar de vraag. Geen uiting van wat er zich tweedimensionaal afspeelt buiten het esthetische oordeel om, in hoofden van de luisteraar en uitvoerder. Natuurlijk is er een niet arbitrair oordeel geschoven voor de vraag wat de populaire kunst en hetgeen zich inschreef in een modernisme, in de breedste zin van het woord, als waardering dient te verdienen. Geen van beiden is heden althans tevreden met een faits primitif dat a la limite, met een niet als troef te begrijpen onpeilbare boosaardigheid, als een bijna hunkering naar een lexicon dat quasie perfect gelijkgeschakeld kan worden met de uitwassen van een Hegeliaanse doctrine en de omkeringen ervan, dat deze geconvergeert zijn, en alleen al de wettenlozen bevatten; want het is dat wat systemen doet corrumperen, of tot het juiste handelen kan nopen. Het gaat in wezen niet om de breed uitgemeten dialectiek, maar om de kleine, in zijn individuele, elementaire vorm, de retoriek, hoe ze zich in het ritme en de muziek van de taal begeeft, hoe ze zich in het geval van de populaire liedcultuur verhoudt tov de muziek zelf. Enerzijds is er de angelsaksiche ruimte waarin ook de taal zichzelf niet langer tot uitgangspunt neemt, maar slechts wat haar voorafgaat, de luciditeit; de symbolische orde zal het soort vervangen, dat zich tot de tragische weet te verhouden en in deze de onderdelen kan genereren die de taal tot het product van zijn morfologische regels weet op te splitsen, hoe eenvoudig ook. Idealistisch is het om dit proces los te koppelen van het regionaliserende mechanisme. Het klopt dan ook dat de derde weg verdwijnt, maar niet omwille van een verdwenen spanningsveld, maar omwille van andere noodzaken, die vanuit ethische overwegingen nieuwe strategiën uit de hoed doen toveren, die onze generatie, in alle bescheidenheid weten te leveren. Politiek gezien is dat toch moeilijker dan gedacht. Want in acht moet genomen dat, het is niet omdat men het taalprobleem een voor zichzelf aanvaardbare plaats heeft weten te geven in het eigen handelen dat de taalrijkdom heeft overwonnen. Het is niet omdat men politiek handelt volgens de Maddens-doctrine dat de overwinning als verrijking kan geëerd worden. Het taalprobleem kan niet genegeerd worden als een te aanvaarden iets want het taalprobleem is tot in haar diepste vreemd aan het huidige breed gesteunde extremisme.

    by Isidoor Verhaeren, 5 months, 4 weeks ago | reply
    • Waaruit een huidige liedcultuur vertrekt is wel degelijk het atonale en het gesyncopiseerde. Zo wordt de nood aan presentatiereceptie van een standaard voor zowel gevoelens als waarschijnlijk extraconsumptie of indurstieel beleid te bestendigen. Ze hoort zich zondermeer in te schrijven in de populaire cultuur. Daartegenover staat dat de volle lengte van wat er zich aan discreet-combinatorische systemen weet op te bouwen onderhevig is aan reflectie. Een lexicon dat vreemd is aan het atonale, en weer op gaat in een populaire cultuur die zich geheel niets aantrekt van wat er in overeenstemming tot de modernistische vertelstructuur wist op te bouwen aan grapjes om het locale, het kleine, het absurde, is niet ondenkbaar, maar toch. http://www.youtube.com... Natuurlijk wordt het anders wanneer het locale nog eens wordt opgesplitst, doormiddel van een systeem.
      http://www.youtube.com/watch?v=WY5S9cBfh3s&feature=related
      Een vraag kan gesteld hoe zich in de nieuwe constelatie van een integere te ontwikkelen taal – die zich enerzijds verantwoord tov de muziek, maar zich ook in relatie weet tot het tweedimentionale schrift, en haar retoriek zo georganiseerd weet tov de muziek, dat zoals Matheson aanbevool de reslultrerende ondeelbare, en kleinste delen zich in tegenbeweging weten tot de gehele wetmatigheid van het mechanisme dat de spanning centraal stelt – wat vooraf gaat aan deze spanning, of hieraan volgt. Niet langer het genereren van spanning op zich staat centraal. Het Hollandse poplied is een curiosum tov wat er zich elders weet ontsloten aan het kleine binnen de emotie. http://www.youtube.com... />Het mompelen, het niet uitspreken van eindmedeklinkers is geen standaardgebeuren dat onder een noemer te vatten is, maar een evacueren van de taal uit een Hegeliaans structuur, niet vanwege de mogelijkheden die het biedt, maar vanuit noodzaak. Zo gaat dat met actief gebezigde taal (bvb. Quine’s Gavagai). Een omgang met taal die dankzij en ondanks een aanzet in een eerste-fase-modernisme nu tegen wil en dank wordt aangewend om de afstand verder uit te werken, de meerstemmigheid hierdoor te verfijnen en de resonantie denser te maken. In dit licht wil ik dan ook het voluntarisme zien van het Duitse blad EDIT. Vrijgemaakt van het Maddensdenken, heerst onder die nieuwe Duitstalige generatie een dynamisme waaraan wij een ethisch puntje kunnen zuigen.

      by Isidoor Verhaeren, 5 months, 4 weeks ago | reply
  • Dan kon je voor de micro spreken, door de micro, niet in de micro. Je moest naast de micro spreken, anders siste de luidspreker. Woorden die met een s begonnen werden begonnen met de Engelse th. De eind-s bleef verzwegen. Lispelen was altijd al erotiserend geweest. De micro gaf het een plaats in de gezongen tekst. Piercings werden trendy. Je droeg ze ook op je tong. Je plaatste glinsterende blokjes op je snijtanden. De vraag was hoeveel je van je woorden kon weglaten vooraleer je glimlach onverstaanbaar werd. Het antwoord was: heel veel, rekening houdend met het feit dat de wereld onbegrijpelijk was en dat doofheid en liplezen waren toegenomen.Je kon beter iemand een elektronisch berichtje sturen. Niet schrijven. De vraag was opnieuw hoeveel letters je kon weglaten. Fonemen, morfemen? Men begon het over atrofiëring van de taal te hebben. Maar we losten stilaan onze misverstanden op door ons in de richting van de stilte te begeven.
    PH

    by pol hoste , 5 months, 2 weeks ago | reply
Write a general comment