nY
voorheen yang & freespace Nieuwzuid
|
Mensen die gedichten op gevels schrijven hebben daar meestal de bovenbeste bedoelingen mee, dus wie zijn wij om dat niet te zeggen over wie onlangs ‘de pijnfuif’ van Gust Gils op de muur van Café Köln aan de Antwerpse Stadswaag heeft geplaatst? |
✎
0
|
|
|
✎
0
|
|
Zo’n muurgedicht brengt de (meestal natuurlijk vaderlandsche) poëzie ‘midden de mensen’, het werkt misschien wel ‘leesbevorderend’ en het geeft de lokale politici reden genoeg om ons ervan te verzekeren dat zij de dichtkunst ‘serieus nemen’, ja zelfs ‘een warm hart toedragen’. Als het muurgedicht dan nog op niet al te grote afstand navolgers krijgt, kan er sprake zijn van een heuse ‘poëziewandeling’ door de stad: altijd leuk, met name voor de toeristische dienst en de plaatselijke middenstand. |
✎
0
|
|
Wie de dichtkunst vandaag werkelijk serieus neemt en in de stad wil tonen, zou nog kunnen overwegen om levende dichters uit te nodigen en iets te maken dat in een welbepaalde setting kan werken. Misschien zouden zulke dichters ook wel willen samenwerken met beeldend kunstenaars en geluidskunstenaars, en gebruikmaken van dynamischer technieken dan verf en baksteen. Een reuzeplasmascherm dat op het internet is aangesloten, ik noem maar wat. Als de dichters daar tenminste zin in hebben, en als het resultaat ook blijkt te werken. |
✎
0
|
|
Maar te Antwerpen werd dus ‘De pijnfuif’ van wijlen Gust Gils uitverkoren. Er werd geopteerd voor onbewogen letters die overmorgen niet zullen verdwijnen en die tóch niet zo veel kosten. Het is een goed gedicht, en Gils verdient het te worden gememoreerd. Maar waarom mogen de Antwerpenaren niet het gedicht zien dat hij heeft geschreven? De eerste strofe van Gils gaat zo: |
✎
0
|
|
✎
0
|
|
‘vrienden ik heb de pijn’. Welke pijn heeft u juist, meneer? Boven Café Köln zal deze vraag niet zo vaak worden gesteld, want gemakshalve (smalle muur oblige) werd Gils’ versificatie genegeerd: |
✎
0
|
|
✎
0
|
|
Idem voor de tweede strofe, waarvan het eerste vers de wrange/gulle vraag stelt ‘als iemand pijn wil’, gevolgd door de simpele mededelingen ‘ze is lekker vers / neem gerust’. Op de gevel ziet dat er toch een stuk geforceerder, pseudo-diepzinnig uit: |
✎
0
|
|
✎
0
|
|
We gaan nu naar het bredere stuk muur rechts, want het gedicht van Gils zag er tussen ons gezegd en gezwegen toch wel wat saai uit, zo met die éne kolom op papier: |
✎
0
|
|
✎
0
|
|
Genoeg voor iedereen: welke potentiële klant van Café Köln zal dat niet graag horen! En een gedicht, dat is toch gewoon wat erin gezegd wordt? Gedicht af, eindelijk tijd voor de fuif met schepen Heylen. Edoch, bij Gils stond er net iets anders: |
✎
0
|
|
en neem wat meer |
✎
0
|
|
|
✎
0
|
|
Piet Joostens |
✎
0
|
Inderdaad , men doet het zoals het hoort of niet, anders had men er net zo goed dit kunnen op schilderen http://songteksten.net... .. er is genoeg voor iedereen..
Johan E
Tja, nja, ja -- jullie hebben wel gelijk, hoor... En toch springt mijn hart op als ik dat gedicht (een van zijn betere) zomaar ineens op zo'n cafémuur zie staan. Die ouwe Gust! Iejl tstad kan nu toch maar mooi dat gedicht van hem lezen (ja, ik weet het: in deze niet ideale versie) -- wat anders nog een hele opgaaf zou zijn, probeer de bundel waarin het is gepubliceerd ('Uniek onkruid') maar eens te pakken te krijgen, zelfs in de betere bibliotheek.
Of ben ik nu ineens al te coulant geworden?
Ik ben een enorme purist, en toch... Natuurlijk is hoe de dichter zijn regels inricht een deel van het gedicht. Ik denk alleen dat de 'gevelartiest' die Gils' gedicht heeft aangebracht dat met dezelfde vrijheid heeft gedaan als een interpreterend regisseur dat kan doen met een toneelstuk. Als je naar de beschikbare ruimte kijkt, dan zie je dat deze door het gedicht mooi wordt ingevuld. De eerste twee strofen lopen parallel met het raam ernaast en de slotstrofe plus naam benutten de aanwezige breedte. Ergo: ik vind het wel mooi, deze 'lezing'!
Dank voor de commentaren tot dusver. Voor alle duidelijkheid: bovenstaand stukje is meer vanuit een vraag dan vanuit verontwaardiging geschreven. Een andere drager op een andere plek kan een andere versie rechtvaardigen. Zoals een cover ook vaak een andere toonaard, een nieuwe bezetting gebruikt. Je zou dit muurgedicht dus als een cover = vertaling moeten lezen. Vraag is dan: is het een geslaagde vertaling, en werkt de tekst zo goed genoeg, in deze nieuwe context? Ik denk dus van niet: deze tekst is slapper. Zoals Herman Jacobs opmerkt, is het oorspronkelijke gedicht niet zo makkelijk op papier terug te vinden, laat staan dat de grafische vorm ervan als bekend kan worden verondersteld. Het is dus wel jammer dat de voorbijganger in de Stad van A nu niet weet dat dit iets anders is dan wat wijlen de ondertekenaar had geschreven...
Natuurlijk kun je een tekst inkorten of bewerken om hem op een andere drager te plaatsen als de auteur daarin toestemt, of als de auteur de bewerking zelf maakt. Ik heb zelf teksten aangepast om ze in videofragmenten te kunnen gebruiken, of in foto's te kunnen monteren. Geen probleem, het werd dan gewoon een variant.
Probleem dat ik met het Gils-gedicht heb, is dat het andermaal illustreert dat men hier niet lijkt te begrijpen hoe een tekst in de openbare ruimte functioneert. We zijn daar niet alleen in: ook op een brug in Minneapolis staat - plompverloren - een versregel van John Ashbery. Mensen kijken daar in het oversteken van de brug dan (af en toe) een beetje verdwaasd naar, zonder de tekst te lezen. Ik lees nooit gedichten op gevels, omdat het voor mij in eerste instantie een raadsel is wat ze daar staan te doen. Ze staan los van de andere discoursen in het straatbeeld. In plaats van de codes van de straat te stelen (zoals Barthes zei), schrijven ze zich in in de code van de gevel-decoratie. Het LED-bericht van Jenny Holzer op Times Square daarentegen (Protect me from what I want) functioneerde wel in die stedelijke omgeving. Het gebruikte de techniek van Times Square en de retoriek van het aforisme op een manier die perfect aansloot bij de dominante codes van Times Square en ze zo - heel even - uit balans bracht. Het ene moment was het daar, en het andere moment was het weer weg. We weten alleen dat het er ooit heeft gestaan, omdat er foto's van zijn overgebleven. De moralistische dimensie ervan is pas ontstaan door de foto, door de archivering. Voor mij was de tijdelijke verschijning van dat 'truism' veel meer poëzie dan een gedicht op een gevel van een café, wat veel meer tot de categorie van de Kiekeboe-gevelschildering of het grote Wafelenbakfries van Nero op de muur van de O.B. van Sint-NIklaas behoort.
Ik las het stuk als een overdenking, 'more in sorrow than in anger'...
Ik kende het gedicht niet, had de oorspronkelijke verschijningsvorm dus niet in het hoofd. Zelfs deze versie 'werkte' voor mij. De woorden blijken de verminking te kunnen overleven. Voor mij, althans.
Beter was geweest de tekst een kwartslag te draaien.
Bij het lezen ervaar je dan, bij een minder soepele nek, wellicht ook beter de pijnbeleving.
Wel, bekijk het ook zo eens. Stel u voor dat de vormgeving van het stadsgedicht van Tom Lanoye dat een jaar lang de Boerentoren sierde netjes de versbouw van Lanoye zou volgen:
aanvaardt mij neemt mij
ziet mij staan begint met
mij zo dag zo nacht uw
pracht van voor af aan oh
kijkt dan houdt van mij
bezwijkt houdt u niet in
Het is niet moeilijk in te beelden dat de impact van het gedicht veel minder zou zijn geweest:
http://www.luon.com/news/2009/9/21/dooreman-naar-de-letter.aspx
Vormgever en typograaf Dooreman, die ook tekende voor de Gilsmuur, is dan ook een volwaardige medespeler bij de integratie van een gedicht in de publieke ruimte. Dooreman 'vertaalt' het gedicht naar een plek. De locatie heeft zeker invloed op de vormgeving van het gedicht. Gils kennende, zelf ook plastisch kunstenaar, zou dat zeker hebben kunnen appreciëren. De typografie van Dooreman refereert ook naar de beeldtaal van de periode van de Gard Sivik.
Om maar te zeggen, een gedicht op papier is niet hetzelfde als een gedicht op een muur.
Michaël Vandebril
Antwerpen Boekenstad
Beste Boekenstad, veel dank voor de reactie! Misschien heeft u in alle haast mijn bovenstaande commentaar niet zo goed gelezen, want inderdaad: zo bedoel en bekijk ik het ook! We zijn het er dus over eens dat een gevel geen bladzijde is. Jammer genoeg zijn we het niet eens over de kwaliteit van deze Gils-vertaling. Waarom mocht de naam van Dooreman daar trouwens niet (mee) onder staan? Ook vind ik de vergelijking met het gedicht van Lanoye op uw schone Boerentoren niet zo geslaagd. Dat was overduidelijk een coproductie dichter-vormgever, een nieuw gedicht, bedoeld voor de publieke ruimte. Toch iets anders?
Interessante discussie, mijnheer Joosten. Dat de meningen verschillen over de kwaliteit van de 'vertaling' lijkt me vanzelfsprekend. Het klopt dat Dooreman eigenlijk ook zou moeten naamtekenen als medeauteur of vormgever, maar hij ziet zijn naam niet graag op gevels prijken. Dat je het procédé van de 'vertaling' enkel zou mogen toepassen op nieuwe gedichten van levende dichters, daar ben ik het niet mee eens. Het gedicht van Lanoye is weliswaar geschreven voor de Boerentoren, maar Dooreman is er zeer vrij mee omgesprongen. Ook daar heeft hij betekenisverschuivingen teweeggebracht door zijn vormgeving. Laat ik dat nu juist interessant vinden. Het is net zoals elke lezer door interferentie met zijn persoonlijke geschiedenis het gedicht anders leest en dus ook in een andere mentale vorm wordt opgeslagen. Wie 'De pijnfuif' googelt komt vanzelf bij het originele gedicht, en nu ook dus bij de gedichtenmuur. Ik vind dit alvast een hedendaagse toevoeging aan de literaire erfenis van Gils.
Mijnheer Joostens, excuseer :-)
Geen probleem, beste Michaël. Ik zei niet met zoveel woorden dat je dit soort 'vertaling' alleen zou mogen toepassen op levende dichters. Maar de beste poëzie op straat is waarschijnlijk wel voor de straat bedoeld en gemaakt.
Het gaat er mij ook om dat ik dit muurgedicht zo gezet geen sterke tekst vind, ook niet streetwise. Het is geen tekst van Gils meer. Of toch nauwelijks. Niet "genoeg voor iedereen", vrees ik. Wel goed genoeg voor citymarketing? Daarover kunnen we van mening verschillen. In mijn stukje gaf ik een paar concrete voorbeelden om te argumenteren dat deze vorm de tekst verzwakt - en een andere auteur geeft. Soit... Ceterum censeo dat Dooreman zo bescheiden niet moet zijn, en dat de voorbijganger gerust mag weten dat dit een "vertaling" is - dan kan hij daarover oordelen.
Vind dat het stuk van Piet Joostens en de commentaren er op een verlenging, om niet te zeggen een onderdeel, van het muurgedicht vormen. Men zou het kunnen afdrukken op een ambulant stuk zeil in de vorm van een papierrol (stokje van boven, stokje beneden) en dit op hoogtijdagen kunnen tentoonstellen bij het gedicht. Want er werd gesproken over de verschijningsvorm van dit fraaie werkje.