Erik Spinoy

Published: 7/12/2009

Tags: history

Onlangs schreef ik, voor de Poëziekrant, een bespreking van de onlangs heruitgegeven tekst van Van Ostaijens De bankroet jazz. In die satirische tekst verbindt Van Ostaijen het gegeven van een zich steeds verder uitbreidende dadaïstische jazz-revolutie met een al even algemene intekening op ‘schatkistbons’, die aan de intekenaren gigantische winsten voorspiegelen.

Deze verbinding is wel besteed aan Van Ostaijen, die in zijn Berlijnse tijd grondig kennis heeft gemaakt met het dadaïsme en er zoals bekend het nodige van heeft overgenomen. Kenmerkend voor het Berlijnse dadaïsme was een scherpe zin voor het groteske karakter van de burgerlijke samenleving. Het ontmaskeren ervan, dat moest passen in een ‘anarchistisch-nihilistische’ politiek, gebeurde onder meer door elementen van het politieke en sociaal-economische systeem uit hun gebruikelijke context los te maken en maatschappijkritisch in te zetten. Zo was Oberdada Johannes Baader ‘president van het heelal’, en streefden de dadaïsten naar de instelling van een dadaïstische wereldregering. De dadaïstische operaties werden geleid vanuit een ‘Zentralamt’. Een aantal dadaïsten traden als directeuren  van een dada-reclamebureau op. En het publiek werd ertoe opgeroepen dada-aandelen te kopen.

Bij dat laatste gegeven sluit een passage uit het begin van De bankroet jazz perfect aan. Een ‘galliciese jood’ stelt daar immers: ‘Neen Dada is geen artistieke bluff, maar het is de oplossing van ons, van het finantiële probleem überhaupt. […] Het dadaïsme een reële waarde als petroleumboring. Konsortium ter uitbating van het dadaïsme wordt opgericht.’ En ook het idee om de dada-revolutie gepaard te laten gaan met het verkopen van schatkistbons komt natuurlijk recht uit de dadaïstische doos.

Bij het voorbereiden van de hoger genoemde bespreking stootte ik echter op een document dat Van Ostaijen wel eens het precieze idee aan de hand zou kunnen hebben gedaan voor de combinatie dadaïstische revolutie – schatkistbons: het dadaïstische tijdschrift Der blutige Ernst, dat onder de redactie stond van Georg Grosz en Carl Einstein. In het eind 1919 verschenen vierde nummer van dat blad stond, behalve de te voorziene en te verwachten dadaïstische bijdragen (van onder meer Grosz zelf, Richard Huelsenbeck en van de Van Ostaijen goed bekende Walter Mehring), verbluffend genoeg ook de paginagrote ‘Bekanntmachung’ dat er een ‘Deutsche Spar-Prämienanleihe 1919’ werd uitgeschreven:


Niets suggereert dat het opnemen van deze advertentie een dadaïstische provocatie of parodie zou zijn. Een vluchtig onderzoek op het internet leert in ieder geval dat er in 1919 daadwerkelijk zo’n staatslening werd uitgeschreven. De bijbehorende waardepapieren zijn tegenwoordig zelfs collector’s items geworden:

De uitgebreide tekst in kleine letters die in Der blutige Ernst staat afgedrukt, detailleert welke opbrengsten en belastingvoordelen de intekenaren tegemoet kunnen zien en onder welke voorwaarden ze kunnen intekenen, compleet met aflossings- en winsttabellen. Ook in een aantal ‘Mededelingen’ en ‘Berichten’ uit De bankroet jazz wordt dat soort beloften aan de intekenaren op de ‘schatkistbons’ gedaan: korting bij intekening, hoge winsten en vrijstelling van belastingen:

Wat is de rijkdom van een land?         D E   S T A A T.
Daarom koopt schatkistbons aan 6 ½ % vrij van alle belasting.
Intekenaars 10% korting.

Kortom, het zien van de ‘Bekanntmachung’ in de onverwachte context van het dadaïstische Der blutige Ernst zou Van Ostaijen op het idee gebracht kunnen hebben om in De bankroet jazz de gegevens van een dada-revolutie en een grote staatslening op groteske wijze met elkaar te combineren.

[Lees ook de bespreking van De bankroet jazz (uitgeverij IJzer, 2009, boek+dvd] door Laurens Ham op De Reactor.]

  • Een mooie vondst! De verbinding tussen de dada-revolutie en de staatslening moet Van Ostaijen inderdaad in 'Der blutige Ernst' (nr. 4, november 1919) zijn opgevallen.

    “Niets suggereert”, schrijft Erik Spinoy, “dat het opnemen van deze advertentie een dadaïstische provocatie of parodie zou zijn.” De bekendmaking is authentiek, de ‘Deutsche Sparprämienanleihe’ van 1919 (die overigens een fiasco werd) ook, maar toch gaat het m.i. niet om een ‘echte’ advertentie.

    Het is weinig aannemelijk dat het Duitse ministerie van Financiën in zo’n obscuur en links blaadje als 'Der blutige Ernst' zou hebben geadverteerd. Nog ondenkbaarder lijkt me dat Georg Grosz en Carl Einstein geld van een kapitalistische overheidsinstelling zouden hebben aangenomen die ze te vuur en te zwaard bestreden. Ze waren op dat vlak echt consequenter en meer integer dan bijvoorbeeld Franz Jung die na een korte dadaïstische periode … beursspeculant is geworden.

    Onverwacht in deze context zou ik de advertentie ook niet helemaal noemen. Om te beginnen staat ze in Frakturschrift, een lettertype dat in dadaïstische tijdschriften zelden of nooit als broodletter wordt gebruikt. Typografisch is het dus al een gemarkeerde tekst, een lang citaat, zij het zonder aanhalingstekens. De context van dit nummer, dat bijna helemaal aan zwendel en zwendelaars is gewijd (‘Schieber’) en duidelijk het stempel draagt van Carl Einstein, infecteert a.h.w. de officiële staatslening. Net zoals het fietswiel of het urinoir van Marcel Duchamp krijgt het naar een andere context verplaatste object een nieuwe betekenis: (zelf)ontmaskering door citaat, een procedé dat de dadaïsten zeker ook van Karl Kraus kenden.

    Om ten slotte Erik Spinoys vermelding dat in Berlijn “het publiek ertoe opgeroepen werd dada-aandelen te kopen” iets concreter te maken: in het in juni 1919 verschenen tijdschrift 'Der Dada’ (jg. 1, nr. 1) staat onder meer te lezen: “Dada is de enige antikapitalistische wereldvariant die alle mensen hun geld ontfutselt.” En op de volgende pagina onder de titel “Beleg uw geld in dada”: “d a d a is de enige spaarkas die tot in de eeuwigheid rente opbrengt. […] wie zijn geld in de spaarkas d a d a inbrengt, hoeft geen confiscatie te vrezen, want wie d a d a aanraakt is t a b o e - d a d a. Elk biljet van honderd mark vermeerdert zich volgens de wet van de celdeling 1327voudig per minuut.” De almaar grotesker wordende oproep raadt zelfs aan geld te deponeren bij de Deutsche Bank, Dresdner Bank, Darmstädter Bank en Diskontogesellschaft, immers dadabanken … omdat hun naam met een d begint.

    De verbinding tussen dada en (grotesk anti)kapitalisme hing dus blijkbaar in de lucht toen Van Ostaijen in Berlijn verbleef. 'De bankroet jazz' heeft er gevat munt uit geslagen.

    by Erik de Smedt, 8 months, 2 weeks ago | reply
    • Ik kan alleen maar erkentelijk zijn voor deze preciseringen. Ik ging er al wel van uit dat de mannen van 'Der blutige Ernst' niet zomaar, in 'bloedige ernst', een advertentie van het Duitse Ministerie van Financiën hadden gepubliceerd. Zoals Erik de Smedt suggereert moet de demarche wellicht gekaderd worden in het ruimere 'thema' van het nummer. Een nog op te helderen raadsel blijft hoe de redacteuren de hand hebben weten te leggen op het zetsel van de advertentie.

      by Erik Spinoy, 8 months, 2 weeks ago | reply
Write a general comment