Gijsbert Pols

Published: 21/05/2010

Tags: politics debate

Vervolg op de discussie n.a.v. de bijdragen over Tiqqun in nY #5. Gijsbert Pols antwoordt op het weerwoord van Joost de Bloois

0

Joost de Bloois reageert met zijn weerwoord op mijn kritische kanttekeningen bij zijn stuk over het Franse schrijverscollectief Tiqqun (nY #5) zoals dat van een sympathisant van een radicaal politiek idee verwacht mag worden: uitvoerig, volhardend, sterk onderlegd en met een behoorlijke dosis dédain jegens diegenen die het licht nog niet zagen. Ik hoop dat De Bloois verder met mij in discussie zal gaan, want de vragen die zijn weerwoord oproept lijken me te belangwekkend om niet te stellen.

0

De Bloois verwijt mij een allergische reactie op Tiqquns weigering ‘geweld’ onbesproken te laten, een allergie waaraan een algemeen verinnerlijkt politieperspectief ten grondslag zou liggen. Ik denk niet dat dat helemaal terecht is, maar geef toe dat het om een belangrijk punt gaat dat ik mogelijk in mijn eerste reactie heb onderschat. Ik ben het met het De Bloois en de door hem geciteerde Alain Brossat eens waar ze stellen dat het taboe op ‘elke denkbare vorm van gewelddadige actie wellicht het belangrijkste hedendaagse machtsinstrument is’. Elke vorm van afwijkend gedrag loopt momenteel het risico als ‘terreur’ bestempeld te worden. Als Tiqqun daarom vraagt wie ‘geweld’ definieert, dan is dat zeer terecht. 

0

Minder terecht vind ik het als in reactie daarop in een aanslag als die van Karst Tates op Koninginnedag zonder meer een politieke daad wordt gelezen. Mijn allergie geldt de te gemakkelijke mystiek van ‘de orgie, het straatrumoer, de bezetting’. Is het werkelijk daar dat ‘identiteiten en zekerheden op het spel’ gezet worden? Neem bijvoorbeeld het door De Bloois – en Tiqqun – geroemde Black Bloc(k). De Bloois’ idee is dat het bij het Black Block zou gaan om een spontane verschijning die aan identiteit, doel en vorm ontsnapt. Volgens mij wordt het Black Block echter opgebouwd uit individuen die hun identiteit ontlenen aan een amalgaam van punk, anarchisme en slechte techno, resulterend in een nogal uniform geheel. De lifestyle van het Black Block bewijst bovendien keer op keer een welkome agent van het systeem te zijn: hun acties vormen steeds weer een reden om demonstraties te verbieden, gekraakte huizen te ontruimen, parken dicht te gooien en alternatieve projecten onmogelijk te maken, zonder dat daarbij wat dan ook wordt ‘blootgelegd’ of ‘andere mogelijkheden’ ontstaan.

0

Het is juist op dit punt dat ik een verband probeerde te leggen naar de jaren zeventig. De Bloois stelt dat het ‘geweld’ waarin Tiqqun politieke daden wil zien – behalve Tates en het Black Block het geweld in de banlieues en recent in Griekenland – voortvloeit uit ‘de organisatie en de strategieën van het Empire zelf’. Diezelfde redenering valt aan te treffen in de strategie van de Rote Armee Fraktion. De RAF wilde door het plegen van gewelddadige acties een reactie provoceren waaruit zou blijken dat de staat zichzelf door middel van geweld handhaaft. Die strategie leverde iets op wat een ‘implosie’ van de (parlementair-democratische) staat genoemd worden: opschorting van burgerrechten, een implosie die men zeker als ‘voorgeprogrammeerd’ kan beschouwen. Maar bepaald geen emancipatie. Integendeel: onder druk van de publieke opinie werd het optreden van de RAF aanleiding voor een verregaande intensivering van wat De Bloois beschrijft als het ‘alledaagse staatsgeweld’ dat over de burger wordt uitgeoefend – Fassbinder doelde niet op een complottheorie toen hij in Die Dritte Generation een politiecommissaris liet dromen dat het kapitaal het terrorisme had uitgevonden om de staat te dwingen het beter te beschermen.

1
  • Tiqqun ziet een gestage woekering van dergelijke communes voor zich – waarvan het succes overigens allesbehalve vooraf gegeven is (ik denk dat de irritatie bij veel critici over Tiqqun voor een belangrijk deel ingegeven is door een overschatting van, of angst voor, Tiqquns ambities: hun teksten staan echter bol van nogal defaitistische verwijzingen naar de ‘enfants perdus’ of de Parijse Commune en andere minder geslaagde communistische experimenten).
    De nadruk op de organisatie van die woekering maakt Tiqqun toch echt anders dan de clandestiene groepen uit de voorbije decennia. Het biedt een uitweg uit de impasse die Pols aangeeft (‘actie leidt tot repressie van staatswege’), omdat het veel eerder gebaseerd is op maatschappelijke ‘desertie’, de uittocht uit het systeem, dan op de frontale aanval. De confrontatie ligt eerder in de reactie van de staat, die eigenmachtige claims op soevereiniteit (al is het maar de soevereiniteit van een plattelandscommune) niet kan verkroppen, zoals ook de affaire van de ‘9 van Tarnac’ laat zien. Of Tiqquns gedachte van een communisme gebaseerd op levensvormen die samen ‘resoneren’ zo productief is, is een andere vraag – waarop ik in mijn bijdrage in nY overigens niet het antwoord van de ‘sympathisant’ heb gegeven...

    by Joost de Bloois, 7 years, 5 months ago | reply

Misschien heb ik het mis. Het ‘cynisme’ dat volgens Tiqqun door de als politieke daden geïnterpreteerde vormen van ‘geweld’ wordt blootgelegd, is het cynisme waarmee de machtsuitoefening in het ‘Empire’ gepaard gaat. Als voorbeelden van dit cynisme noemt De Bloois onder meer het vertoog over de ‘samenleving’ en ‘normen en waarden’ in tijden van roofkapitalisme. Waarom dit geen kritiek genoemd mag worden, is mij een raadsel, en ook waarom hier weer de grove abstractie ‘Empire’ als oorsprong moet worden aangewezen, maar afgezien daarvan: dít blootleggen lijkt mij meer dan noodzakelijk. Alleen: gaat het Black Block dat voor ons doen? Ik zie dit cynisme op een veel effectiever, een veel concreter manier blootgelegd worden door de acties als die van de groep achter de website 0100101110101101.org. Een voorbeeld: in 2005 ensceneerde de groep op de Weense Karlsplatz de presentatie van een nieuw model van Nike, de zogenaamde Nike Ground. De presentatie werd luister bijgezet door een plan voor een gigantisch Nike-monument en de omdoping van de Karlsplatz in Nike Square. Men deelde flyers uit, vertoonde catchy videos en wachtte de reacties af. In die reacties werd naar mijn idee heel wat meer blootgelegd dan in de brandbommen van Athene.

0

Nogmaals: misschien spreid ik hier weer mijn ‘hardnekkig onbegrip’ tentoon, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de situering van de politieke daad in het geweld in de eerste plaats een intellectualistische vorm van radical chic is. Het aanleunen bij een bandje als de Sex Pistols zegt veel: hier lijken mij bleke gymnasiumjongens aan het woord die op het schoolfeest in het donkerste hoekje maar bleven mopperen dat Rage Against the Machine niet werd opgezet.

0

Dat brengt me bij mijn tweede punt. De Bloois verwijt mij vanwege mijn ambitie tot wereldverbetering naïviteit. Zeer terecht, vermoedelijk, maar ik verkies die naïviteit wel vele malen boven Tiqquns naïviteit waar het hun eigen belang betreft. In mijn eerdere kritiek noemde ik de radicaliteit van Tiqqun narcistisch: wie alles wat er in de wereld fout gaat afschuift op een abstractie als ‘Empire’ is in de eerste plaats bezig een burgeroorlog tegen het eigen slechte geweten te voeren. De levensvisie van Tiqqun, waarin zelfs elke mogelijke vorm van individualiteit als onderdeel van het Empire wordt gezien, brengt bovendien het risico met zich mee dat alle verantwoordelijkheid voor het ‘zelf’ wordt geloosd – we horen onze gymnasiasten zachtjes schelden op de ‘fascisten’ die wel de dansvloer op durven, terwijl hun eigen onvermogen zelfgenoegzaam op het conto van het ‘systeem’ wordt geschreven. De Bloois brengt tegen deze kritiek niet meer in dan dat de voorstelling van narcisme ‘maar moeilijk te rijmen valt met de centrale rol die desubjectivering inneemt in [Tiqquns] denken’. Gelooft hij werkelijk dat met het toverwoord ‘desubjectivering’ alles op te lossen is?

1
  • Om het ‘toverwoord desubjectivering’ nogmaals toe te lichten: Tiqqun en de auteurs van L’insurrection qui vient staan een radicaal andere politiek voor. Een politiek die niet zozeer utopisch is, maar in feite geënt is op huidige vormen van machtsuitoefening. Als die macht inderdaad functioneert als een grote subjectiveringsmachine, die ingrijpt op zowel lichamelijk als psychisch niveau, dan kan het verzet dus niet komen door een nieuw ‘predicaat’ te eisen. Tiqqun weigert een politiek die vertrekt vanuit het klassieke subject, maar vanuit het ex-tatische en het relationele (dat veel lichamelijker en affectiever is). Tiqqun ziet in de ‘subjectieve’ politiek een knieval voor de strategieën van het Empire, dat zich ‘de erfgenaam toont van de klassieke metafysica’ (door voortdurend herkenbare en tegenwoordige identiteiten te creëren). Hiermee gaat Tiqqun op zoek naar een politieke praktijk die aansluit bij filosofische denkfiguren die we tegenkomen bij Heidegger, Deleuze, Agamben etc. (hieronder meer over dit punt).
    Het lijkt me dat Tiqqun dus een poging doet om uit de abstractie te ontsnappen, eerder dan een abstract vertoog toe te voegen. En het lijkt me al helemaal onzin om te beweren dat Tiqqun ‘elke verantwoordelijkheid voor hun positie’ van zich af laat glijden. Een deel van de Tiqqun-groep heeft voor die positie immers een hoge prijs moeten betalen. Bovendien willen ze zoals gezegd niemand de wet voorschrijven: het ‘hoe’ verschilt per ‘forme-de-vie’ (de vrouwenbeweging verschilt van de kraakbeweging, een commune in Zuid-Frankrijk van een in Berlijn, en sommige Black Blockers houden vast van Beethoven...).

    by Joost de Bloois, 7 years, 5 months ago | reply

Ik kan me bovendien niet aan de indruk ontrekken dat deze tover een zeer specifieke doelgroep heeft: Europese academici die hun syllabi over het poststructuralisme kennen. Het vertoog dat Tiqqun heeft ontwikkeld sluit perfect aan bij hun discours en biedt hen vervolgens de mogelijkheid elke verantwoordelijkheid voor hun positie in de wereld van zich af te laten glijden – tot en met hun desastreuze espresso aan toe. De Bloois zal hiertegen in stelling brengen dat Tiqqun juist met hun nadruk op ‘lokaal’ en ‘moleculair’ verzet, door het stellen van de concrete vraag ‘hoe te doen?’ met een dergelijke vrijblijvendheid korte metten wil maken. Dat zou een legitiem argument zijn, ware het niet dat Tiqqun de eigen levensvisie propageert. Het ontwikkelen van concrete alternatieven op lokaal niveau  zou inderdaad een stap verder ten opzichte van de Max Havelaarkoffie-drinker betekenen, het abstracte vertoog over die alternatieven is dat echter nog lang niet.

1
  • Eerlijk gezegd begrijp ik dit argument niet zo goed. Ja, Tiqqun ‘schrijft zich in een intellectueel debat in’, maar toch vooral om dit debat deel uit te laten maken van een praktijk (in dat opzicht doen zij hard hun best zich uit het ‘debat’ te schrijven).
    Wat de jongeren uit de banlieues betreft: vanuit Tiqqun bezien zou de constatering veel eerder kunnen luiden dat zij helemaal geen deel willen uitmaken van dit debat. De rellen in 2005 bestempelen als ‘traumatisch’ maakt van die jongeren (die geen boodschap hebben aan officiële benamingen als allochtoon/autochtoon) passieve slachtoffers, die slechts ‘uit wanhoop’ handelen omdat ze eigenlijk een plek in de maatschappij willen.
    Met name L’insurrection qui vient geeft een andere lezing: het is de maatschappij als subjectiveringsapparaat die hier en bloc verworpen wordt. In dit opzicht is er wel degelijk sprake van desubjectivering: de jongeren uit de banlieues laten zich niet verleiden tot deze of gene identiteiten (of ‘predicaten’), tot het stellen van eisen, maar geven de aanzet tot de creatie van nieuwe politieke parameters (in de retoriek van Tiqqun: tot nieuwe vormen van organisatie die de oude instituten – school, werk, justitie enz. - afwijzen). Het is een houding waar ook de ‘sans papiers’ baat bij heeft, omdat het de ‘integratie’ in het systeem (waartoe de ‘sans papiers’ altijd maar ten dele toegang zal krijgen) niet langer als uitgangspunt neemt (en de ‘illegaal’ de vernedering van eindeloze onderhandelingen met het systeem bespaart).

    by Joost de Bloois, 7 years, 5 months ago | reply

Om te kunnen ‘desubjectiveren’ moet je eerst een ‘subject’ zijn. Tiqqun opereert heel duidelijk vanuit een specifieke subjectconstellatie: door het hanteren van poststructuralistisch jargon schrijft het zich in een intellectueel debat in, ook als de propaganda tot doel heeft dit debat te steriliseren door elke denkbare kritiek bij voorbaat af te doen als machtsaffirmatie. De allochtone jongeren in de banlieues hebben die mogelijkheid bepaald niet: ik noemde hun geweld nihilistisch omdat het – zoals  Žižek heeft laten zien – geen ander doel had dan het statement te maken ‘ik besta’, vergelijkbaar met iemand die na een trauma zichzelf verwondt om de wereld en zichzelf ervan te overtuigen dat zij of hij nog een levend mens is. De Bloois heeft gelijk als hij stelt dat dit statement op te vatten is als een protest tegen een maatschappij die de jongeren als ‘allochtoon’ brandmerkt, maar dan toch alleen als onderdeel van een weliswaar paradoxale, maar desalniettemin onmiskenbare roep om erkenning als subject binnen de maatschappij waarin ze leven. Hoe terecht Tiqquns aversie jegens de lifestyle ook is: een ‘sans papiers’ heeft beduidend meer aan een intellectueel die voor zijn rechten opkomt dan aan een oproep tot ‘desubjectivering’.

1
  • Deels is dit commentaar te verenigen met de stellingen uit Tiqqun: het gaat om het ‘hoe te doen’, om niet langer een onderscheid te maken tussen zijnswijze en politiek. Echter, het cruciale verschil tussen Sloterdijk/Pols en Tiqqun is de nadruk die de eersten leggen op het individu. Tiqqun claimt, zonder schuldcomplexen, het communisme als bannier (zij het een uiterst onorthodox communisme).
    Leven doe je volgens Tiqqun in meervoud. Alleen de gemeenschap – die, wederom, altijd moleculair, open en eindig is – kan het Empire het hoofd bieden. Het ‘individu’ is een uiterst efficiënte creatie van het Empire. Tiqqun stelt dat we dit individu helemaal niet nodig hebben als uitgangspunt, zelfs niet om het te verlaten.
    De gedachte dat het individu, zelfs als het als Kop van Jut dient, de maat der dingen is, is al imperialistisch, metafysisch etc. en veel minder ‘common sense’ dan Pols aanneemt. Tiqqun neemt juist de herdefinitie van het subject in het 20e-eeuwse denken (van Bataille tot Deleuze) en in de politieke praktijk (van socialisme tot feminisme) serieus. Heel simpel doen ze dat door bijvoorbeeld te constateren dat we een samenspel zijn van herinneringen, affecten, geluiden, aanrakingen etc). Het gaat Tiqqun erom die alledaagse ‘desubjectivering’ te politiseren

    by Joost de Bloois, 7 years, 5 months ago | reply

Mogelijk was mijn oproep om de muur van Melilla te slechten inderdaad naïef, maar ik wil graag een poging doen om mijn ‘fantasme’ te concretiseren, zelfs als concreet antwoord op de vraag ‘hoe te doen?’ Het is het antwoord dat volgens Peter Sloterdijk aan elke ethiek ten grondslag ligt: ‘Du mußt Dein Leben ändern’. Een actuele versie van deze absolute imperatief ontleent hij aan Hans Jonas, en luidt: ‘Handel zo, dat het effect van je handeling verenigbaar is met het voortbestaan van reëel menselijk leven op aarde.’ De volledige vervulling van die imperatief is onmogelijk – daarin kan ik me volledig bij Tiqqun aansluiten. Maar de poging het onmogelijke te realiseren begint met het nemen van de verantwoordelijkheid voor wat je bent, voor datgene wat je eigen positie in de wereld op een globale schaal met zich meebrengt, met andere woorden: voor het eigen individu, ook al heb je om dat individu niet gevraagd. Pas vanuit die verantwoordelijkheid wordt verandering mogelijk.

0

En ja, ik denk dat het sociaal-economische bij het nemen van die verantwoordelijkheid momenteel prioriteit heeft, wat niet wil zeggen dat andere factoren niet bestaan. Wij bleke gymnasiasten, wij academici moeten gewapend met onze syllabuskennis beseffen welke sociaal-economische rampen we veroorzaken, alleen al door espressodrinkers te zijn. En dan moeten we als academici ons leven gaan veranderen. Want ook wij kunnen meer doen dan Max-Havelaarkoffie drinken alleen.

0