nY
voorheen yang & freespace Nieuwzuid
'Voortdurend slaan invallen en associaties in op de aanzwellende woordplaneet' |
✎
0
|
|
Sampletekst uit nY #4, als onderdeel van De kwestie 'Opinicus/Autisticus'. |
✎
0
|
|
|
✎
0
|
|
Nog niet zo lang geleden werd Erwin Mortier op zijn sokkel gehesen, met als gevolg dat hij – nooit vies van een mening hier of een polemiekje daar – nog ietsje minder lang geleden de bevoegde Vlaamse minister met krachtige volzinnen op een carpet bombing trakteerde (‘Open brief aan onze minister van cultuur’, De Morgen 13/11/2009). Hij had natuurlijk gelijk. Mortiers pleidooi voor een fatsoenlijk statuut voor schrijvers wordt breed gedragen, en niet alleen onder vak genoten. Ooit zal het er ook wel van komen, op een moment dat Mortiers inspanningen vooral ten goede zullen komen aan zijn collega’s. Maar ongetwijfeld wordt hem precies op dat moment de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend, inmiddels opgehoogd en geïndexeerd door toedoen van de volzinnen van Jeroen Brouwers. |
✎
0
|
|
Er is echter iets anders. Iets van waarde, dat zijn waarde niet durft prijs te geven. En dat iets is precies het verhevene in het woord schrijver. Want buiten de twee kaften die het kunstwerk omvatten een beetje katten op een minister, op de jury van een andere prijs die niet werd toegekend of op het aandeel van de cultuur in de media, is natuurlijk leuk, maar ook bijkomstig. Dat klagen over de gebrekkige waardering van de arbeid die geleverd wordt en over de manier waarop er over de artistieke prestaties wordt bericht, hoort er een beetje bij, maar maakt zelden deel uit van een grotere wereld of maatschappijvisie. Het is stof voor de opiniepagina’s en voor op tv, maar – zo lijkt het – niet voor een boek. |
✎
0
|
|
Nu zit de wereld natuurlijk niet te wachten op een roman over het Vlaams Fonds voor de Letteren (alhoewel). Maar het probleem is ook niet zozeer dat de onvrede van de schrijver niet in romanvorm wordt gegoten, het probleem is eerder dat steeds meer schrijvers hun literatuur van bijna elke vorm van maatschappij of werkelijkheidsanalyse afsnijden. Neem bijvoorbeeld Mortiers alom bejubelde Eerste Wereldoorlogroman Godenslaap. Volgens de verzamelde critici hebben we hier te maken met ‘een verpletterend meesterwerk’, dat ‘in de toekomst vaak in één ademtocht genoemd (zal) worden met Het verdriet van België’ (Yves Desmet in De Morgen). Godenslaap is dus een grote roman, het boek mag zich immers meten met het allergrootste van de allergrootste. Vaak ook wordt er – en ook hier niet zelden met referenties aan Claus – gewezen op de enorme taalschoonheid: ‘Wat België is op z’n allermooist, weerspiegelt zich in Godenslaap’ (Daniëlle Serdijn in de Volkskrant); ‘Mortier schrijft zo goed dat je geneigd bent al het andere als bijzaak te beschouwen’ (Arjen Fortuin in NRC Handelsblad); ‘Godenslaap is gemaakt van de beste Brugse of Brusselse kant’ (Frank Hellemans in Knack); ‘Dit is soeverein en superieur schrijven met de grote S’ (Dirk Leyman in De Morgen) en ‘Beter kan het niet worden gezegd’ (Arie Storm in Het Parool). |
✎
0
|
|
Mooier en beter kan het niet worden gezegd. |
✎
0
|
|
In een van de polemische uithalen van Mortier na het winnen van de AKO-literatuurprijs verduidelijkte de auteur dat hij met zijn roman een ode had willen brengen aan de Franstalige bourgeoisie uit de Belle Epoque, een klasse die grote schrijvers heeft voortgebracht als Maurice Maeterlinck en Emile Verhaeren. ‘Ze schreven in het Frans en horen daarom klaarblijkelijk niet bij ons. Althans, dat zou je kunnen afleiden uit het Vlaams-nationalistische discours waarin onze literatuurgeschiedenis is gesteld’, voegde hij daar nog aan toe (De Standaard, 12/11/2009). |
✎
0
|
|
Dat is duidelijke taal. Mortier wil universeler zijn dan de literatuur waarin ook voor hem een plaatsje is gereserveerd. Daarom wil hij blijkbaar geen deel uitmaken van de ideologische kwesties en discussies die de Vlaamse literatuur juist vanaf de Eerste Wereldoorlog hebben getekend. Niet voor niets verwijst hij naar de Franstalige Vlaamse schrijvers die de sterren waren van de literatuur van vòòr de Grote Oorlog, en niet toevallig noemt hij Nederland zijn tweede vaderland. Mortier zit wat verveeld met het Vlaanderland dat naar zijn smaak te nationalistisch is en was. Maar liever dan de confrontatie met de geschiedenis (en dus het heden) in zijn literatuur aan te gaan, ontloopt hij haar. |
✎
0
|
|
Het gaat dus over universele literatuur en over schrijven in een politiek correcte ruimte. Het gaat hier eigenlijk over het recht op het schoonschrijven zelf, zonder daarbij gehinderd te worden door de (eigen) geschiedenis. Of zoals Helena, de hoofdpersoon uit Godenslaap, het verwoordt: |
✎
0
|
|
✎
0
|
|
Dit zal ongetwijfeld prachtig zijn, maar belangrijker is dat dit soort bellettrie niet alleen mijlenver verwijderd staat van de maatschappelijke flinkheid waarmee de schrijver zich in de markt zet, maar ook van de literatuur waarin dit woordbrouwsel zich een plaats wil verschaffen. Wie – zoals Yves Desmet in De Morgen en Cyrille Offermans in Zuiderlucht – wil volhouden dat Godenslaap ‘het verdient in één adem te worden genoemd met Het verdriet van België’ (Offermans) heeft niet begrepen waar dat boek over gaat. Het is Claus of zijn personage Louis Seynaeve er niet om te doen om ‘al schrijvende [z]ijn voet tussen de deur van het definitieve, het voltooide en afgeronde’ te wringen, zoals Offermans met een citaat van Helena beweert. Seynaeve probeert zijn verbeelding niet toe te voegen aan de afgeronde wereld, maar probeert haar al schrijvend te analyseren en te ordenen. In het mislukken van die poging zit Claus’ visie op het naoorlogse België vervat. |
✎
0
|
|
Mortier houdt zich daarentegen verre van een analyse van de toch niet onbelangrijke Eerste Wereldoorlog. Hij roept die oorlog op aan de hand van ‘invallen en associaties [die inslaan] op de aanzwellende woordplaneet’. Hijzelf blijft daarbij als Schepper nadrukkelijk buiten schot en om te voorkomen dat hij iets over zijn eigen tijd moet zeggen, duwt hij de Grote Oorlog richting Belle Epoque, richting die veilige tijd van eindeloze zinnen en nutteloos verpozen. |
✎
0
|
|
Eenmaal ontwaakt uit de verheven verdwazing, lanceert Mortier een Blitzkrieg op zijn tijd, met zijn meanderende volzinnen als inzet. Op de barricade voor de literatuur! Maar waar een minister bereid moet zijn om te betalen voor de juwelen waarmee hij of zij wil pronken, geldt ook dat een beetje soldaat zijn strijd op alle fronten voert. |
✎
0
|
|
Matthijs DE RIDDER |
✎
0
|